Toortsen                                             7 juli 2026

Verbascum


Het is juli en de Toortsen komen in bloei. Met hun imposante verschijning springen de Toortsen in de natuur direct in het oog. Sommige hebben één rechte aar, andere hebben bovenin vertakkingen waardoor ze eruit zien als meerarmige kandelaars. Als je de plant van dichterbij bekijkt, valt op dat ze een heel zacht uiterlijk heeft. Dit zien we terug in haar Latijnse naam Verbascum dat is afgeleid van het woord 'barba' dat "baard" betekent. Het verwijst naar de wollige beharing van de bladeren. Door de dikke wolvacht kan de plant op zeer zonnige, droge, schrale plekken overleven. We vinden we haar dan ook op plaatsen waar veel andere planten het moeilijk hebben, zoals in de berm, op hellingen, langs de weg, in steengroeven en op grindachtige grond.


De Toorts staat symbool voor licht, de kracht van de zomer en de zon. De gedroogde bloeiwijzen werden vroeger in pek of hars gedoopt en gebruikt als fakkels of weerkaarsen. Ze werden aangestoken tijdens onweersbuien om rampen en blikseminslagen te voorkomen of om kwade geesten te verdrijven. Traditioneel vormt ze ook het stralende middelpunt van de kruidenwis, een bos wilde kruiden die op of rond 21 juni geplukt wordt, de dag van de zomerzonnewende. Op deze dag staat de zon op zijn hoogste punt en kunnen de kruiden de grootste zonne-energie in zich opslaan. Deze kruidenwis werd gezegend en in huis opgehangen. Ze bood bescherming aan huis en haard en werd tijdens de rooknachten rond 21 december, de dag van de winterzonnewende, in huis gebrand. Over dit oude gebruik kun je meer lezen in mijn blog "Het Keltisch jaarwiel ll en lV".


De Toortsen zijn tweejarige planten. Dit betekent dat ze in het eerste jaar alleen een stevige penwortel en een rozet met grote, grijsgroene bladeren maakt. In het tweede jaar groeit daaruit een stengel van één tot twee meter hoog met een dichte aar vol gele, trechtervormige bloemetjes. De bloemkroon bestaat uit vijf gele blaadjes die aan de basis met elkaar zijn vergroeid. Er bestaan verschillende soorten Verbascum. De meest voorkomende soorten zijn:

  • Koningskaars (Verbascum thapsus): Heeft grote, zachtbehaarde bladeren en dichte aren met gele bloemen.
  • Zwarte toorts (Verbascum nigrum): Heeft opvallende gele bloemen met een paars/rood hartje
  • Stalkaars (Verbascum densiflorum): Lijkt op de Koningskaars maar heeft grotere, vlakke gele bloemen.
  • Keizerskaars (Verbascum phlomoides): Heeft een vertakte bloeistengel en wat spitsere, donzige bladeren.
  • Melige toorts (Verbascum lychnitis): Te herkennen aan de wit-viltige onderkant van de bladeren en bleekgele tot witte bloemen.

De verschillende soorten worden vaak met elkaar verward.  De zwarte toorts en de melige toortsen zijn wat kleiner dan de Stalkaars en de Koningskaars die beide een hoogte tussen de 1.50 en 2.00 meter bereiken. Ook komen er veel kruisingen voor. Op de internetpagina van Flora van Nederland wordt goed uitgelegd hoe je de Koningskaars van de Stalkaars kunt onderscheiden.


In het algemeen zie je dat meestal Verbascum densiflorum, Verbascum thapsus en Verbascum phlomoides, als medicijnplant worden ingezet, maar alle Toortsen hebben dezelfde geneeskrachtige werking. Ze bevatten min of meer dezelfde inhoudsstoffen waarvan de slijmstoffen en de Triterpensaponinen (o.a. Verbascosaponine) de grootse medicinale waarde hebben. Daarnaast bevinden zich in de bloemen, iridoïdglycosiden (Aucubine und Catalpol), flavonoïden (Apigenine, Luteoline, Hesperidine en Rutine), etherische olie, Fenolcarbonzuren (o.a. Koffiezuur en Ferulazuur) en suikers.

 

De Toorts was altijd al een krachtvolle, magische medicijnplant en ze ontbrak in geen kruidentuin. Ook nu nog worden

de bloemen gebruikt bij verkoudheidssymptomen zoals een droge kriebelhoest, zere keel, heesheid, hoesten met vastzittend slijm en bronchitis. De slijmstoffen leggen een beschermende laag over de slijmhuid van o.a. de mond- en de keelholte die zich zo sneller kunnen herstellen en afgeschermd zijn van prikkels van buitenaf. Vooral bij een droge kriebelhoest kunnen de slijmstoffen verlichting brengen. De saponinen lossen taai slijm op dat zo makkelijker opgehoest kan worden en de iridoïden werken ontstekingsremmend.


In de volksgeneeskunde werd de Toorts ook uitwendig gebruikt voor de behandeling van wonden en huidproblemen en ingezet bij Trigeminus neuralgie, oorpijn, pijn, steenpuisten, abcessen, eczeem of aambeien. Wil je meer lezen over de bereidingen die je uit de Stalkaars kunt maken, lees dan verder op de pagina "Medicijnplanten" onder het kopje "Stalkaars - Toorts".


Bij de inheemse volken van Amerika maakte de Toorts deel uit van het mengsel dat voor het roken van de vredespijp gebruikt werd. Ook werden de bladeren gerookt bij verkoudheid. Zelf kun je thuis de gedroogde bloemen en bladeren branden op een kooltje. Bovendien zijn de grote bladeren van de Toorts ideaal om er een smudge-stick van te maken. Smudgen is een eeuwenoud ritueel dat afkomstig is van inheemse volkeren (zoals Native Americans) waarbij heilige kruiden, als witte salie of Palo Santo worden verbrand. De geurige rook wordt gebruikt om personen, objecten of ruimtes energetisch en spiritueel te reinigen, negatieve energieën te verdrijven en harmonie te herstellen. Naast het reinigen van energievelden worden kruiden en wierook ook gebrand als offer aan de spirits/goden in heilige ceremonies.


Tijdens een smudge-ceremonie steek je een kruidenbundel (smudge stick) of losse kruiden aan en laat je deze zachtjes smeulen in een vuurvaste schaal of een speciale abalone-schelp. De rook die hierbij vrijkomt, verspreid je door de ruimte of langs een persoon. Dit wordt vaak gedaan met de hand of met behulp van een smudge-veer. Tijdens het verspreiden van de rook spreek je een intentie, affirmatie of gebed uit om de ruimte te zuiveren of een positieve energie te creëren.  Meer over het branden met kruiden kun je lezen op de pagina "Kruiden verwerken" onder het kopje "Geuren om je heen".



Smudge-stick

Hechten we waarde aan oude tradities, dan mag de Toorts niet in een smudge-stick ontbreken. In principe kun je alle kruiden gebruiken die niet giftig zijn maar de belangrijkste traditionele beschermende kruiden zijn toch wel Sint-Janskruid,  Bijvoet, wilde Marjolein, Toorts, Duizendblad en Jeneverbes. Ze werden vooral tijdens de twee zonnewendes gebrand. Hiervoor werden de kruiden in een pan op gloeiende kolen gelegd die van kamer naar kamer werd gedragen.


Naast de meer traditionele kruiden kun je ook denken aan kruiden als Boerenwormkruid, Alsem, Valeriaan, IJzerhard, Margrieten, Moerasspirea of Korenbloem. Ook tal van kruiden uit je tuin zijn geschikt zoals Goudsbloem (Calendula officinalis), Tijm kruid (Thymus vulgaris), Rozemarijn takjes (Rosmarines officinale), Lavendel takjes (Lavendula), Anijs kruid (Pimpinella anisum), Munt (Mentha) of Hysop (Hyssopus officinalis). Soms worden ook takken van naaldbomen, Laurier, Eucalyptus of fruitbomen gebrand.


De smudge-stick maak je het beste met verse kruiden die je eerst een dag laat verwelken. Zo kan al behoorlijk wat vocht verdampen maar blijven ze nog wel soepel om te kunnen binden. De verwelkte kruiden die je wilt gebruiken leg je vervolgens op elkaar in een bundeltje van ongeveer 4 cm doorsnede. Hieromheen wikkel je een touwtje van puur katoen, jute of Hennep. Omwikkel je bundel helemaal tot aan de top en wikkel dan weer door naar beneden en knoop de uiteinden aan elkaar vast. Als je meerdere bundeltjes wilt maken, experimenteer dan met hoe strak je de bundel het liefst hebt. Een hele strakke bundel smeult slechter dan een wat lossere bundel, omdat er meer zuurstof bij kan. Maar omwikkel het niet te losjes want anders vallen de kruiden er na het drogen uit. Vervolgens maak je er een lusje aan zodat je het bundeltje kunt ophangen. Na een paar weken is de bundel droog en kun je deze gebruiken.


De smudge-stick steek je aan één kant aan. Zodra de bundel vlam heeft gevat waai je het vuur weer uit zodat deze alleen nog licht gloeit en rook van zich geeft. Houd altijd een schaaltje onder je smudge-stick wanneer je gaat roken want er kunnen gloeiende deeltjes vanaf vallen. Voor de eerste keer is het misschien een goed idee om je smudge-stick boven de wasbak aan te steken om het uit te proberen zodat je hem kunt blussen mocht het vuurtje te groot worden. Bedenk wel dat wanneer deze nat is, je hem daarna niet meer kunt aansteken. Wil je de smudge-stick uitmaken en een andere keer verder gebruiken dan druk je hem voorzichtig uit.