Valkruid / Arnika
eerste hulp bij ongelukken
Arnica montana
Arnica (E), Arnika (D)
Arnica is in Nederland meer bekend onder de naam Valkruid of Wolverlei. De naam Valkruid is afgeleid van de toepassing waarvoor ze vroeger werd ingezet: als je hard viel en een flinke blauwe plek of kneuzing opliep, kwam er Valkruid aan te pas. De oude naam Wolverlei is waarschijnlijk een verbastering van het Duitse woord "Wohlverlei" dat te vertalen is als "welzijn verlenend". Dit kruid heeft een hoge reputatie op het gebied van de kruidengeneeskunde. Ook hier in Oostenrijk is ze één van de belangrijkste geneeskrachtige planten met een lange traditie.
In Nederland werd Valkruid niet alleen bij lichamelijke ongemakken en blessures ingezet maar ook werd het verpulverde blad toegevoegd aan snuiftabak om de neusslijmvliezen te prikkelen. Een typisch historisch gebruik in Nederland en omstreken was het verwerken van de gedroogde bladeren in tabak. Mensen die wilden stoppen met roken rookten valkruidbladeren. Omdat de plant zo populair was voor uiteeenlopende doeleinden werd er in de 19e en vroege 20e eeuw in Nederland op grote schaal wildpluk gepleegd. Het intensieve verzamelen voor de (vroege) geneesmiddelenindustrie en de latere vermesting van de grond hebben ertoe bijgedragen dat Valkruid in het wild in Nederland zeer zeldzaam is geworden. Ze staat dan ook op de Nederlandse Rode Lijst van Planten en mag je in het wild niet verzamelen. In het oosten en noorden van het land zoals in Noord- en West-Drenthe, Zuidoost-Friesland en op de Veluwe kun je als je veel geluk hebt dit bijzondere kruid nog tegen komen.
Ook al kan Arnica in de Alpen plaatselijk veel voorkomen op extensief beheerde, hoog gelegen bergweiden is ze ook hier in Oostenrijk beschermd en mag je de bloemen niet plukken. Arnica groeit onder andere op heidevelden, schrale graslanden en voelt zich goed thuis in bergachtige gebieden met zonnige, open alpenweiden. Hiernaar verwijst ook haar tweede Latijnse soortnaam "Montana" dat "van de bergen" of "bergachtig" betekent. Waar de naam Arnica van is afgeleid is niet geheel duidelijk. Arnica heeft een voorkeur voor voedselarme, schrale, vochthoudende, zure en kalkarme bodems. Wanneer de bodem voedselrijker wordt door bemesting verdwijnen de omstandigheden waarin de plant kan gedijen.
Arnica montana behoort tot de familie van de samengesteldbloemigen ook wel composietenfamilie (Asteraceae) genoemd. Tot deze grote plantenfamilie behoren onder andere ook de Paardenbloem, Madeliefje, Kamille, Duizendblad, Goudsbloem en Alsem.
Arnica is een overblijvende plant. De soort overwintert met een wortelstok en vormt in het voorjaar een bladrozet met behaarde bladeren. Vanuit dit rozet ontwikkelt zich meestal een onvertakte of weinig vertakte bloemstengel die ongeveer 20 tot 50 centimeter hoog kan worden en hoger aan de stengel een paar tegenoverstaande bladeren heeft. Net zoals sommige andere samengesteldbloemige heeft de bloem een bloemhoofdje dat bestaat uit tientallen kleine buisbloemen in het centrum en vrouwelijke lintbloemen aan de buitenzijde. De buitenste lintbloemen zijn opvallend geel tot oranjegeel. Opvallend aan de bloem is dat ze soms een nogal slordig uiterlijk heeft. De buitenste lintbloemen staan soms een beetje schots en scheef waardoor de bloem er een beetje rommelig uit kan zien. De bloeitijd valt meestal in de maanden juni-juli, afhankelijk van de hoogte, het klimaat en de standplaats. De kleine nootachtige dopvruchtjes die na de bevruchting ontstaan zijn voorzien van een vruchtpluisje (net als bij de paardenbloem) waardoor ze door de wind kunnen worden verspreid.
Geneeskrachtige werking
Arnica is één van de bekendste Europese geneeskrachtige planten voor verwondingen, kneuzingen, verstuikingen, spierpijn. Ze werd graag ingezet na een een val, stoot of verstuiking met bijkomende klachten als pijn, zwelling of een bloeduitstorting. De plant heeft al eeuwenlang een belangrijke plaats in de Europese volksgeneeskunde. Bereidingen uit Arnica werd in de volksgeneeskunde o.a. toegepast bij:
- blauwe plekken en bloeduitstortingen
- kneuzingen
- verstuikingen en verzwikkingen
- spierpijn na inspanning
- pijnlijke spieren en gewrichtspijn
- zwellingen na een stoot
- oppervlakkige verwondingen
- vermoeide of pijnlijke ledematen
Deze toepassingsgebieden zijn door de tijd heen opvallend constant gebleven. Ook nu nog wordt Arnica gebruikt voor verwondingen, spier- en bandletsel, kneuzingen, oedeem en pijn die met dergelijke beschadigingen samenhangt. Binnen de moderne kruidengeneeskunde worden vooral de gedroogde bloemhoofdjes (Arnicae flos) gebruikt. Vroeger werd veelal ook de wortel gebruikt. Men maakte er onder andere afkooksels en tincturen van die ook inwendig gebruikt werden. Het gebruik van de wortel wordt tegenwoordig echter niet meer als veilig of passend worden beschouwd.
Ook de Europese Geneesmiddelenautoriteit (EMA) erkent traditioneel gebruik van preparaten van arnicabloemen voor de verlichting van blauwe plekken, verstuikingen en plaatselijke spierpijn. Een kneuzing of verstuiking veroorzaakt een lokale ontstekingsreactie. Bij beschadigd weefsel ontstaan roodheid, warmte, zwelling en pijn. Arnika heeft een ontstekingsremmende, pijnverlichtende, zwellingverminderende en doorbloedingbevorderende werking en ondersteunend bij herstel na een kneuzing of verstuiking. Arnicagels en -crèmes worden ook vaak gebruikt door sporters bij:
- overbelaste spieren en spierpijn
- kneuzingen en verstuikingen
- lichte sportblessures
Ook wordt er wetenschappelijk onderzoek verricht naar de toepassingen van arnica-preparaten bij pijn, ontsteking, zwelling en bloeduitstortingen na letsel of chirurgische ingrepen. Ook Bäumler beschrijft in zijn boek "Heilpflanzenpraxis" het gebruik van Arnica en noemt naast de traditionele ook nog een aantal andere toepassingsgebieden :
- spier- en peesverrekking
- spierscheuren
- zwellingen na bijv. een stoot of botbreuk
- chronische veneuze insufficientie met stuwingsverschijnselen
- oppervlakkige verwondingen en aderontstekingen
- wondheilmiddel bij wonden met slechte granulatieweefsel vorming
- beginnende lymfevatenontsteking en flegmonen
- ontsteking van het slijmvlies in de mond- en keelholte
Hoewel andere bronnen aangeven dat inwendig gebruik wordt afgeraden schrijft Bäumler dat inwendig gebruik wel mogelijk is bij bijvoorbeeld bij angina pectoris. Hij geeft aan dat het een stimulerend effect op het hart heeft en bij acute verschijnselen van hartzwakte en angina, inwendig kan worden toegepast. De Meidoorn is voor een langdurige behandeling geschikt, Arnica kan slechts gedurende een korte periode inwendig worden gebruikt. Ook bij lichamelijke uitputting kan volgens Bäumler aan een tinctuur van Arnica worden gedacht. Of mocht je tijdens een bergwandeling last krijgen van zwakte en je toevallig Arnica tegenkomen dan kun je ook op de bloemen kauwen. Bij overdosering kunnen na inwendig gebruik duizeligheid, hardkloppingen en hartritmestoornissen optreden.
De bloemen bevatten een complex mengsel van secundaire plantenstoffen. De belangrijkste groep voor de medicinale betekenis van de bloemen zijn de sesquiterpeenlactonen als helenaline en dihydrohelenaline en ester hiervan vaak in combinatie met kleine organische zuren, zoals azijnzuur, isoboterzuur, methacrylzuur, methylboterzuur en tiglinezuur. De sesquiterpeenlactonen zijn bitterstoffen die vooral interessant zijn vanwege hun invloed op ontstekingsprocessen en oedeemverminderende werking. Bij de ontstekingsremmende werking zijn vermoedelijk ook etherische olie en flavonoiden betrokken. Andere stoffen die in de bloemen voorkomen zijn o.a.:
- carotenoïden
- fenolische verbindingen
- coumarinen
- organische zuren
- suikers
Het is niet één specifieke stof maar de combinatie van al deze stoffen die Arnica tot een bijzondere geneeskrachtige plant maken. De hoeveelheid en samenstelling van deze stoffen kunnen sterk variëren afhankelijk van herkomst, plantmateriaal, groeiplaats, oogstmoment en genetische verschillen.
Bereidingen uit de Arnica
In de natuurlijke verzorging worden arnicabloemen vaak verwerkt in zalven, crèmes, gels, oliën of tincturen die op de huid worden aangebracht om het herstel van spieren en weefsel te ondersteunen. Het kruid helpt zwelling te verminderen en kan de genezing van kleine letsels bevorderen. Dankzij deze eigenschappen is Arnica een veelgebruikt ingrediënt in natuurlijke eerste hulp- en sportverzorgingsproducten.
Tinctuur
Een van de belangrijkste traditionele bereidingen is de arnicatinctuur. Alcohol is bijzonder geschikt voor het extraheren van veel van de voor arnica belangrijke lipofiele en matig polaire stoffen, waaronder de sesquiterpeenlactonen. Hiervoor neem je op één deel arnicabloemen tien delen ethanol van ongeveer 60 tot 70 procent. Een tinctuur gebruik je echter beter niet puur op de huid maar verwerk je in een zalf, creme of gel. Zie voor het maken van een tinctuur ook de pagina "Extractiemethoden" onder het kopje "Extraheren met alcohol".
Oliemacraat
In de volksgeneeskunde werden ook oliemaceraten toegepast waarbij de bloemen in een vette plantaardige olie of reuzel werden geweekt. De vetoplosbare bestanddelen gaan hierbij gedeeltelijk in de olie over. Een oliemaceraat kan goed worden gebruikt voor een massage bij spierpijn. Sommige van de voor Arnica belangrijke sesquiterpeenlactonen worden echter niet goed in olie opgelost waardoor een tinctuur een betere keuze is.
Zalf
Een arnicazalf kan worden samengesteld uit een arnicatinctuur of vloeibaar extract, gecombineerd met een vette basis. Volgens Bäumler bedraagt de toegevoegde tinctuur 20-25% tinctuur. Het voordeel van een zalf tegenover een tinctuur is dat deze langer op de huid blijft liggen en geschikt is voor massage. Hoe je een zalf maakt kun je lezen op de pagina "Kruiden verwerken" onder het kopje "zalven"
Arnica-gel
Een gel is een moderne en praktische vorm voor uitwendig gebruik. Een vloeibaar arnica-extract kan worden verwerkt in een waterige of hydroalcoholische gelbasis. Een gel voelt minder vet aan dan een zalf en wordt daarom vaak gebruikt bij spier- en gewrichtsklachten of na sportieve inspanning. Ook werkt een gel verkoelend. De volgende gel kun je gebruiken bij een verzwikking of verstuiking die gepaard gaat met pijn.
Fase A
- 80 ml pepermunt hydrolaat (koelend)
- 20ml gekookt of gedestilleerd water
- 20 g St. Janskruidtinctuur
- 20 g Arnicatinctuur
- 20 g Smeerworteltinctuur
- 20 wilgenbasttintinktuur
Fase B
- 1,6 g Natrosol
- 0,4 g Xanthan
- 3 g Glycerine
Fase 3
- etherische olie: 12 druppels wintergroen, 8 kamfer, 8 bergden, 8 gember, 8 jeneverbes
Meng alle ingrediënten van fase A door elkaar. Doe de ingredienten van fae b in een apart bekerglas en los natrosol en xanthangom op in glycerine. Voeg Fase A toe aan Fase b en roer alles goed door tot een gel. Roer de etherische oliën er één voor één door
Stel de pH-waarde indien nodig in op 5,5 -6,5 met melkzuur.
Omslagen en kompressen
Hierbij word een verdunde arnicatinctuur of een vloeibaar preparaat op een doek aangebracht en op het pijnlijke of gekneusde gebied gelegd. Bäumler noemt een verdunning van 1 deel tinctuur op 3-10 delen water. Ook kan voor een omslag een een thee worden gemaakt uit 2 gram gedroogde bloemen en 100 ml gekookt water.
Massage
Een arnicazalf wordt vaak gecombineerd met zachte massage bij lokale spier- en gewrichtsklachten. Een massage kan zelf bijdragen aan ontspanning van gespannen spieren. Bij een verse blessure moet echter terughoudend worden gemasseerd. Bij een acute verstuiking of kneuzing kan krachtige massage de zwelling juist verergeren.
Homeopathie
Binnen de homeopathie wordt Arnica ingezet voor dezelfde indicaties als binnen de reguliere kruidengeneeskunde.
Contra-indicatie
- Vooral geconcentreerde arnicapreparaten kunnen bij gevoelige personen huidreacties veroorzaken zoals roodheid, jeuk, irritatie, eczeem of allergische huidreacties. Probeer daarom eerst op een klein stukje huid aan de binnenkant van de ellenboog uit of je er gevoelig voor bent voordat je het gaat toepassen.
- Arnica hoort bovendien niet op open wonden of beschadigde huid te worden toegepast.
- Historisch werd de plant wel inwendig gebruikt, bijvoorbeeld als thee, afkooksel of tinctuur, maar dit gebruik is vanwege de toxiciteit verlaten. Vooral de sesquiterpeenlactonen, waaronder helenaline, kunnen bij voldoende hoge blootstelling toxisch zijn. Daarom moet Arnica niet als gewone geneeskrachtige kruidenthee worden gebruikt.
- De EMA-monografie ondersteunt traditionele toepassing van bepaalde extractpreparaten bij volwassenen en adolescenten vanaf 12 jaar.
- Niet geschikt voor mensen met een allergie tegen samengesteldbloemigen.
Andere geneeskrachtige planten
Kneuzingen, spierverrekking, verzwikkingen, hematomen, gesloten wonden
Smeerwortel (Symphytum officinale), St. Janskruid (Hypericum perforatum), Paarden kastanje (Aesculus hippcastanum) en Gele Honingklaver (Melilotus officinalis)
Bij stompe trama's werken kruiden met courmarine ontstekingsremmend, ödeem verminderend en tegen aderkrampen:
Hooibloemen met Reukgras en Geel Walstro (Galium verum), Kamille (Matricaria chamomilla), Gele en Witte Honingklaver (Melilotus officinalis en alba) en Lievevrouwebedstro (Galium odoratum).
Pijnstillend
Bast van de Weide (Salix alba)
Botbreuken
Smeerwortel (Symphytum officinale)
Spierpijn
Bij spierpijn zijn doorbloeding bevorderende kruiden behulpzaam: Jeneverbes(Juniperus communis), gemberwortel, rozemarijn (Salvia rosmarinus), Den (Pinus silvestris) en Zwarte peper. Andere kruiden die uitkomst kunnen bieden zijn: Wijnruit (Ruta graveolens), Tandkruid (Cardamine enneaphyllos) en Salomonszegel (Polygonatum multiflorum).
Chronische huidproblemenen en littekens
Voor wonden en ontstekingen: Weegbree (Plaqntago lancolata), Kamille (Matricaria chamomilla), Toverhazelaar (Hamamelis) en Myrre.
Bij wonden, brandwonden en zonnebrand: St. Janskruid (Hypericum perforatum) en Goudsbloen (Calendula officinalis). Ook Echte Aloe (Aloe vera) werkt verkoelend bij zonnebrand.
Voor littekens: Maarts Viooltje (Viola odorata)
Literatuur
- Entdecke die sanften Heilkräfte der Natur. Rezeptbuch bewährter Wickelanwendungen und Hausmittel. Brigitte Staffner, 2008.
- Heilpflanzen Praxix Heute, Portraits-Rezepturen-Anwendung; Siegfried Bäumler. Elsevier 2007




