Aardbei, Framboos & Braam            26 april 2026

Fermenteren is te leren


Ik dacht alle weggetjes  in de omgeving onderhand wel te kennen maar vandaag heb ik toch weer een nieuw pad ontdekt en dan ook nog het geluk gehad allemaal jonge uitlopers van de Hop te vinden. Ik voelde altijd een schroom om deze te plukken omdat ze daarna niet meer verder kunnen uitgroeien maar hier tierde de Hop zo welig en er waren zo veel jonge uitlopers dat ik er een grote hand vol van heb verzameld. Die gaan vanavond in de pan. Ook groeien er veel braam- en frambozenstruiken. Precies datgene wat ik nodig heb om mijn kruidenthee voorraad, die na de winter helemaal geslonken is, weer aan te vullen. Bladeren van de wilde Aardbei, Framboos en Braam zijn ideale basiskruiden voor een ochtendthee. Om ze wat meer smaak mee te geven ga ik proberen om ze de komende dagen te fermenteren.     


Braam, aardbei en framboos komen alle drie uit de rozenfamilie (Rosaceae). De blaadjes hebben een milde, neutrale, aangename smaak, waardoor ideaal zijn als basis voor kruidenthee-mengsels. Gefermenteerd zijn ze een goede cafeïnevrije vervanger voor zwarte thee. Bovendien zijn ze rijk aan waardevolle ingrediënten zoals tanninen, flavonoïden, vitaminen (vooral C) en mineralen.


Vanwege de aanwezige tanninen kunnen ze alle drie als heilkruid gebruikt worden bij lichte vormen van diarree of als gorgelmiddel bij  ontstekingen van het mond- en keelslijmvlies. Frambozenbladeren zijn door de HMPC bovendien geclassificeerd als een traditioneel kruidenmedicijn bij milde menstruatiekrampen. Ze worden in de volksgeneeskunde in de laatste weken van de zwangerschap gedronken ter voorbereiding op de bevalling, om de bekkenspieren te ontspannen. De HMPC heeft aardbeienbladeren geclassificeerd als een traditioneel kruidenmedicijn om de hoeveelheid urine te verhogen en zo de urinewegen te spoelen om milde urinewegklachten te ondersteunen.


De blaadjes kun je het hele jaar door plukken en zowel vers als gedroogd gebruiken. Om meer smaak mee te geven kun je ze thuis fermenteren. Door het fermenteren ontwikkelt zich een aromatischere smaak, enigszins vergelijkbaar met klassieke thee. Na het plukken laat je hiervoor de blaadjes 1 dag verwelken totdat ze soepel zijn. Daarna snij je ze in kleinere stukjes en rol je er met een deegroller stevig overheen zodat de cellen openbreken. Vervolgens besproeit je ze nog met een heel klein beetje water zodat ze licht vochtig maar niet nat zijn. Ik heb nog de schil van een biologische citroen geraspt en deze erover verdeeld. Nu wikkel je de blaadjes stevig in een theedoek. Hiervoor leg je de blaadjes in het midden van de doek en vouw je allereerst de hoeken over elkaar heen zodat je een gesloten pakketje krijgt. Dit rol je vervolgens stevig op en doe je daarna in een plastic tas. Laat de blaadjes daarna bij een temperatuur boven de 25 graden 2-4 dagen fermenteren tot ze zwart kleuren. Na 2 dagen maak je het pakje open en besproei je ze nog een keer met een beetje met water. Daarna maak je het weer dicht voor 1-2 dagen. Wanneer de blaadjes donkerder verkleurd zijn en een aangename geur hebben, spreidt je ze uit en laat je ze 2-4 dagen op een luchtige, warme plek goed drogen.


Het was voor mij de eerste poging en leuk om eens uit te proberen. Ik denk echter dat hogere temperaturen nodig zijn dan de 21 graden die in het recept dat ik had, stond aangegeven om een betere fermentatie te verkrijgen zodat de blaadjes donkerder worden dan bij mij het geval was. Ze zijn wel iets verkleurd maar naar mijn smaak nog niet genoeg. Fermenteren kun je leren dus we gaan het nog eens uitproberen en dan schrijf ik er meer over. Desondanks is het een heerlijk kopje thee geworden.