• Slijmstoffen


     weldaad voor de slijmvliezen

    Slijmstoffen

    Slijmstoffen zijn plantaardige stoffen die vooral uit polysacheriden (meervoudige suikers) bestaan. Ze zijn rijk aan mineralen en sporenelementen. Ze kleven niet, in tegenstelling tot de gommen die ook uit suikers bestaan. Slijmstoffen kunnen veel water opnemen en vormen zo een slijmerige gel, wat voor het kiemen van zaadjes onontbeerlijk is en voor de bescherming van weefsels kan dienen. Door de slijmmantel wordt ook verhindert dat de zaden na opname door dieren bij de vertering kapot gaan. Ze worden onverteerd uitgescheiden waardoor ze zich kunnen verspreiden en voortplanten. Daarnaast dienen slijmstoffen als reservevoedsel voor de plant. Sommige planten zoals Zonnedauw scheiden slijm af om insecten te vangen.


    Ook voor de mens zijn slijmstoffen nuttig. Slijmstoffen vallen onder de voedingsvezels. Voedingsvezels zijn een vorm van koolhydraten die in tegenstelling tot suikers en zetmeel niet verteerd worden in de dunne darm en daarom de dikke darm intact bereiken. Tot de voedingsvezels behoren:

    • Bepaalde polysachariden (niet-zetmeel polysachariden) zoals cellulose, hemicellulose, pectine en hydrocolloïden (gommen, slijmstoffen, beta-glucanen)
    • Bepaalde oligosachariden: fructo-oligosaachariden (FOS) en galacto- oligosachariden (GOS)
    • Resistent zetmeel
    • Lignine

    Geneeskrachtige werking

    Als medicijn worden slijmstoffen vooral ingezet om een beschermende laag over de huid of slijmhuid (maag, darm en luchtwegen) te leggen. Ze blijven aan de huidoppervlakte hangen waardoor een ontstoken slijmhuid beschermd is tegen prikkels van buiten en sneller genezen kan. Ook werken ze bevochtigend voor de slijmvliezen. Naast de beschermende en verzachtende werking op de luchtwegen, worden ze vooral voor maag- en darmklachten gebruikt. Enerzijds absorberen ze vocht en gifstoffen waardoor ze diarree kunnen genezen, anderzijds zijn het zachte laxeermiddelen omdat de slijmstoffen in de darm opzwellen en als glijdmiddel functioneren.


    Nemen we bijvoorbeeld haverslijmsoep. Dit wordt aanbevolen na diarree om de maag en darm weer te herstellen. Ze bedekken de ontstoken of geïrriteerde plek zodat prikkels niet langer kunnen storen en ziekteverwekkers zich moeilijker aanhechten. Hierdoor werken ze ontstekingsremmend en heeft de betroffen plek rust zodat ze zich weer kan herstellen. Tevens binden slijmstoffen schadelijke stoffen en voeren deze af. 

    Van slijmstoffen wordt ook aangegeven dat deze ingezet worden om de bloedsuikerspiegel te verlagen en in sommige gevallen het immuunsysteem te sterken.


    Naast de geneeskrachtige werking kunnen ze in theemengsels dienst doen als smaakverzachters. Zo kunnen ze een zure, scherpe of bittere smaak wat doen afnemen.

    

    Voorkomen

    Slijmstoffen kunnen in verschillende delen van de plant voorkomen. Bij de vlinderbloemigen zoals Fenegriek (Trigonella foenum-graecum L.), Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua L.) en Guargom komen ze vooral voor in de vrucht en in de zaden. Maar ook in het zaad van de kweepeer (Cydonia oblonga), lijnzaad (Linum usitatissimum L.) of vlozaad (Plantago psyllium). 


    Slijmstoffen in de bladeren vinden we vooral bij de Kaasjeskruidfamilie (Malvacaea), de Toortssoorten (Verbascum), Aloe Vera, IJslandsmos (Cetraria islandica) en het Klein hoefblad (Tussilago farfara L.).


    Ook in de wortels wortels treffen we slijmstoffen aan, bijvoorbeeld aan bij de Heemst (Althaea officinalis) en de Smeerwortel (Symphytum officinale).

     

    Gebruik

    Hoesten verloopt meestal in twee fasen. De eerste fase is de droge kriebelende hoest gevolgd door hoesten met slijm. In de eerste fase werken slijmhoudende planten als : Kaasjeskruid (Malva sylvestris), Heemst (Althaea officinalis), Toorts (Verbascum) en IJslandsmos (Cetraria islandica). Een droge hoest en kriebelen in de hals is vooral s’ avonds bij het inslapen lastig. Daarom is het goed slijmhoudende aftreksels een half uur voor het naar bed gaan in te nemen.


    Vlaszaad (Linum usitatissimum) of Vlozaad (Plantago psyllium), worden  enerzijds als laxeermiddel ingezet  anderzijds werken ze bij diarree doordat ze water en giftstoffen binden.

     

    Bij maag-darmontstekingen en maagklachten als opkomend maagzuur werken Kaasjeskruid (Malva sylvestris) en Goudsbloem (Calendula officinalis).


    Slijmstoffen gaan kapot wanneer je er heet water over giet. Daarom worden slijmhoudende plantendelen aangezet met koud water en vervolgens uitgetrokken. Maken we een maceraat voor keelpijn dan laten we de plantendelen niet langer dan 1 uur opzwellen, bij maagpijn 12 uur. Eventueel kan het daarna voor gebruik licht opgewarmd worden.


    Uiterlijk kunnen uit lijnzaad, Kaasjeskruid en Goudsbloem omslagen gemaakt worden die dienst doen bij droog eczeem en ontstoken huid.


    Slijmstoffen zijn goed oplosbaar. Omdat ze gevoelig zijn voor warmte wordt van slijmhoudende kruiden een maceraat gemaakt en worden deze aangezet met koud water. In alcohol slaan ze neer. Wil je een maceraat langer houdbaar maken dan kun je er eventueel wat alcohol bij doen. De oplossing mag echter niet meer dan 20% alcohol bevatten.

    Contra-indicatie

    Slijmstoffen kunnen de opname van andere stoffen remmen. Dit geldt niet alleen voor giftige stoffen maar ook voor belangrijke geneesmiddelen. Vooral bij geneesmiddelen met een gering therapeutisch bereik zoals bijvoorbeeld (antidiabetika, digitalis, marcumar) moet hiermee rekening worden gehouden.

    Slijmstoffen niet gebruiken bij verstopte darm, stenosen(verenging) in het maag-darm kanaal.



    Giftig

    Kweepeer: als je de pitten gebruikt om er een gel te maken mag je deze niet kapot maken omdat deze amygdaline (blauwzuur), een giftige stof, bevatten. Het gel om de pitjes kun je wel gebruiken. Deze ontstaat door maceratie: het enkele uren laten zwellen van de pitten in koud water.

    Aloe vera: alleen het binnenste gel van de bladeren van deze plant is bruikbaar. De schil moet je goed verwijderen omdat hierin Anthrachinone voorkomen. Ook dit is een giftige stof.

    Planten met slijstoffen


    • Aloe Vera (Aloe vera), blad
    • Fenegriek (Trigonella foenum-graecum L.), zaad
    • Haver (Avena sativa), zaad
    • Heemst (Althaea officinalis), wortel
    • IJslandsmos (Cetraria islandica), blad 
    • Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua L.), zaad
    • Guargom
    • Kaasjeskruid (Malva neglecta), blad 
    • Klein hoefblad (Tussilago farfara L.), blad
    • Kweepeer (Cydonia oblonga), zaad
    • Linde (Tilia platyphyllos und Tilia cordata), bloem
    • Smalle weegbree (Plantago lanceolata), blad
    • Smeerwortel (Symphytum officinale), wortel
    • Toorts (Verbascum densiflorum), bloem
    • Vlas, lijnzaad (Linum usitatissimum L.), zaad
    • Vlozaad (Plantago psyllium), zaad 
    • Wilde malve (Malva sylvestris), blad
    Share by: